Een enthousiaste tweet berichtte dat intensieve landbouw een gunstig effect heeft op de opwarming van de aarde: "Op naar intensieve landbouw! Hoe intensiever, des te minder emissies". Het was naar aanleiding van Amerikaans onderzoek. Het resultaat van het onderzoek stelt dat hoe hoger de opbrengst van landbouwgewassen en dierlijke eiwitten per vierkante meter, hoe minder bos er voor hoeft te wijken. Ieder stukje bos dat we laten staan zorgt voor behoud van CO2-opslag en daarmee is intensieve landbouw voor het tegengaan van de opwarming van de aarde beter dan minder intensieve cq. biologische landbouw.
Het onderzoek past in het plaatje dat ik, als relatieve leek, heb van de Amerikaanse voedselindustrie die de afgelopen decennia succesvol heeft gelobbyd voor het huidige model van efficiënte voedselproductie. Richard Lobb, voorzitter van het Amerikaans genootschap van pluimvee verwoordt het in de film Food Inc. treffend: "Wat dit systeem van intensieve productie bereikt, is de productie van veel voedsel op een klein stukje grond voor een zeer betaalbare prijs. Laat iemand maar eens uitleggen wat daar verkeerd aan is". Het economische gelijk staat voor de meeste Amerikanen al vast, het lijkt er steeds meer op dat de voedselindustrie er nu ook in slaagt het 'ecologisch gelijk' aan haar zijde te krijgen.
Op het eerste gezicht is de redenering van de Amerikanen niet vreemd. Voor het industriële systeem, de toepassing van kunstmest en voedselsubsidies was er in grote delen van de wereld sprake van structurele ondervoeding. Insectenplagen, schimmels en extreme weersomstandigheden konden oogsten in die tijd vrij gemakkelijk laten mislukken. Omdat het ook nog eens ontbrak aan (moderne) conserveringstechnieken, was de mensheid overgeleverd aan de grillen van de natuur. Vanuit dat perspectief is de moderne landbouw een zege. Hongersterfte komt alleen nog voor in de allerarmste landen en op papier is ook die hongersterfte te bestrijden.
Het enorme succes van moderne landbouw heeft geleid tot een steeds verdere intensivering van de landbouw. Door moderne technieken produceren we steeds meer tegen steeds lagere kosten. Het heeft geleid tot overproductie wat de noodzaak opwierp nieuwe afzetmogelijkheden te zoeken. Mede dankzij uitgekiende marketing van producenten, supermarkten (cq. kiloknallers) en fastfood-ketens (supersize me) eten we in het Westen meer dan goed voor ons is. Daarnaast slagen met name multinationals erin het westerse eetpatroon op te dringen aan opkomende economieën. Consumptie van vlees en andere dierlijke producten wordt bijkans opgedrongen waardoor er een steeds meer toenemende behoefte ontstaat. Hoe hoger de behoefte, hoe meer behoefte aan intensieve landbouw. Het is een - vooralsnog niet te stoppen -negatieve spiraal.
De intensieve landbouw heeft meer impact op het milieu, zoals daar zijn: uitbraken van zeer besmettelijke ziektes (bijv. q-koorts), toenemende resistentie voor antibiotica, erosie/uitputting van landbouwgrond, de vooralsnog toenemende bijensterfte door gebruik van pesticiden enz. Het is daarom te hopen dat westerse overheden niet al te eenzijdig naar dergelijke onderzoeksresultaten kijkt, maar ook of we de deels door onszelf gecreËerde behoefte kunnen beperken. Ik houd mijn hart vast.
donderdag 17 juni 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten